membres - manifestations

 

Nervia

Toen Anto Carte en Léon Eeckman op een avond op bezoek waren bij Louis Buisseret, besloten ze om de Waalse kunst in de kijker te zetten en de beloftevolle jonge Henegouwse artiesten te steunen. Ontsproten uit het enthousiasme van twee vermaarde “senioren”, had Nervia een organisator, een regisseur nodig: dit werd Léon Eeckman. Een eerste salon vond plaats in La Louvière in 1928; Léon Devos was er de belangrijkste exposant. Ook Anto Carte, Louis Buisseret , Léon Navez en Taf Wallet waren aanwezig.

Vanaf 1929 telde de groep zes, later acht stichtende leden. Zoals blijkt uit de lijst met tentoonstellingen is de groep “Nervia” buitengewoon actief. Vanaf het begin waren mensen zoals Jules Destrée of Paul Emile Jansson heel erg geïnteresseerd in de beweging en boden hun steun aan.

Anto Carte ontwerpt in 1931 het logo van de groep, dat we terugvinden op het briefpapier of op de uitnodigingen. Onder de kunstcritici die interesse tonen voor de groep, bevindt zich Richard Dupierreux, die de Brusselse tentoonstelling van 1933 inleidt. Op het driejaarlijkse salon van Gent in datzelfde jaar slaagt Nervia erin om haar stempel te drukken op de Belgische artistieke wereld; de werken waren er gegroepeerd per beweging, per kring. De school van Bergen viel op door haar kwaliteit en samenhang.

Er moest een pauze worden ingelast na een ononderbroken opeenvolging van tentoonstellingen. Er werd opnieuw gestart met tentoonstellingen in 1936. De tentoonstelling van Verviers vermeldt in haar catalogus met trots de diverse prijzen die door de “Nervianen” werden ontvangen. In 1938 is de deelname aan het Waalse Congres van Charleroi de afsluiter van de activiteiten van de groep.

Enkele recente tentoonstellingen zijn een bewijs van de briljante carrière van elk lid van de groep.
Soms verwijst men naar de groep " Nervia" met de naam "Bergense School”. Dit is omdat de leden bewonderaars of leerlingen waren van de twee bezielers, twee professoren aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten van Bergen. Het zijn geen trouwe of eclectische discipels, maar vrienden, één grote familie. Een gelukkige samenloop van omstandigheden heeft hen samengebracht. De tentoonstelling van 1911 in Charleroi wijdde toch vier zalen gewijd aan de school van gravuren van Danse, Greuze en Duriau? Buisseret, Carte, Moitroux, Regnard zetten toch de traditie voort van deze mooie beeldende kunst? Het is in dit geprivilegieerde klimaat dat het leren van de schilderkunst lang en vol ervaringen is: studies in veel academies, artisanale werken en indien mogelijk, een reis naar Italië. Om deze laatste en ultieme etappe te voltooien, zijn prijzen en beurzen erg in trek. Het is langs deze diverse wegen dat de “Nervianen” elkaar ontmoetten.

De grootmoedigheid van Buisseret en Carte richtten zich dus tot een erg veelbelovend milieu, wat natuurlijk niets afdoet van hun verdienste en hun intuïtie.
Hun invloed is duidelijk bij hun vrienden en men spreekt van traditionalisme omdat Anto Carte de lessen onthouden heeft van Van de Woestyne en omdat Louis Buisseret naar Quattrocento heeft gekeken. De " groep " past dus in de algemene evolutie van haar eeuw: de expressionistische en constructivistische modules hebben een onuitwisbare invloed. De groep wordt echter dikwijls bestempeld als “een weigering aan de avant-garde tot elke prijs”, aan de gewelddadige revindicatie, wat Richard Dupierreux (Léon Navez, Monographie de l'Etat, 1950, p.8) ertoe gebracht heeft om te zeggen: " ik zou niet zeggen dat er een soort neohumanisme uit blijkt dat tegengesteld is aan het expressionisme van Sint-Maartens-Latem … ". Het gaat hier echter om het woord: neohumanisme. De artiest wil zijn emotie of zijn geluk uiten over het spektakel van het leven. Er moet hierbij worden opgemerkt dat de familiale sereniteit een bron van inspiratie was voor heel wat “Nervia”-schilderijen. Indien we vergelijken met de expressionistische school, kunnen we zeggen dat de Nervianen het lied verkozen boven de schreeuw, de intelligentie boven het instinct. Een zeker idealisme onderdrukt hun lyrische stijl.

Paul Caso vat in zijn boek over Taf Wallet (1977, editie Arts et Voyage, p.30) erg goed het “Nervia”-klimaat samen : " een schrandere grafische beeldvorming, een onbetwistbare chromatische rijkdom, een poëtische uitstraling die nu eens ernstig, dan weer blij is, kortom een toevlucht naar de troostende schoonheid die weergegeven wordt met de altijd wijze hulpmiddelen van hun kunst ". De onderlinge verwantschap van de werken blijkt uit het plan dat volgens geometrische schema’s is samengesteld, uit de subtiele nuances en uit de altijd evenwichtige opbouw. Het is inderdaad waar dat schilders die in de ateliers van Montald en Carte hebben gewerkt, er een gevoel voor decoratieve compositie hebben meegekregen. Zij hebben trouwens talrijke toegepaste kunstwerken gemaakt. Het is niet hun grootste verdienste, maar die disciplines hebben hen wel beïnvloed. Ze hebben er een niet te ontkennen ritme en strakheid door verworven.

In een " Nervia "-salon zijn er talrijke interferenties en poëtische analogieën. Er is een zekere vertrouwelijkheid: de zuivere contouren van de "Mater Beata" van Buisseret en van "Toilette" van Navez. Er is kalligrafie, er is het weinig uitgesproken kleurengamma van de " Maternité " van Strebelle en van " Garde-manger " van Wallet. De liefde voor de grafische beeldvorming is ook zichtbaar bij Devos waar een fijne arabesk de overvloedige verf indamt. Anderzijds zijn de populaire kubistische modellen in meer dan één werk van de groep terug te vinden, meer bepaald bij Carte en Depooter. Aan al deze stijlelementen die samen worden gebruikt, wordt een melancholische of serene uitstraling gegeven. Paulus, die het meest expressionistisch is, verheerlijkt het werk en behoort op die manier tot de idealistische stroming in de beweging.

We moeten er ons echter voor hoeden om " Nervia " enkel binnen de “seculiere” traditie van het “Latijnse” Wallonië te plaatsen. Roger de le Pasture is zowel een meester van het expressionisme als een meester van de arabesk. De zin voor maat dooft de gedrevenheid niet. Laten we het zo stellen: op een gelukkig moment telde de Bergense School meerdere schilders die een analoge opleiding en een ongelooflijk talent hadden en die besloten om de elkaar’s projecten te steunen. Zo werden zij stijl- en geestesverwanten. In een progressieve evolutie kon elke persoonlijkheid zich afzonderlijk ontwikkelen en bevestigen. De originaliteit van elke kunstenaar bewijst voldoende dat de “Nervianen” geen volgelingen waren, maar dat ze volwaardige artiesten waren, met een verborgen vrijmoedigheid, die ervoor kozen om zich voluit te ontwikkelen zonder acht te slaan op de heersende modetrends. (Josée Mambour (Nervia, Bergen, 1978).

Meer informatie vindt u op de site van de Stichting Léon Eeckman

Home - Leden -Prijs - Kunstwerken - Nervia - Contact - Links - Sitemap

© 2003 - Asbl Les Amis d'Anto-Carte